Icon of Gardentip alle tuintips

Hoe leg je een vogelbosje aan?

Een vogelbosje is een vrij dicht, struikachtig bosje waarin verschillende (meestal inheemse), besdragende struiken en bomen staan. Doorgaans gaat het om eerder kleine boomsoorten, die hooguit 5 tot 6 meter hoog worden.

Waarom is een vogelbosje een meerwaarde?

Een vogelbosje is in de eerste plaats bedoeld als een plek waar vogels voedsel vinden, in de vorm van bessen. Een variatie aan besdragende struiken is cruciaal. De bessen van de wilde lijsterbes worden in augustus-september door vogels gegeten, terwijl die van Gelderse roos pas in de winter worden verorberd.

Precies omdat een vogelbosje uit inheemse soorten bestaat, leven er ook veel insecten op deze bomen. Ook die vormen een voedselbron voor vogels. In de lente hebben mezen en andere zangvogels een massa beestjes (van rupsen tot spinnen) nodig om te voederen aan hun jongen.

Andere natuurvoordelen

Daarnaast kan zo’n vogelbosje ook voor de mens interessant zijn. Het zorgt voor schaduw in de zomer en sommige bessen, zoals vlier, kan je ook zelf gebruiken. Loofbomen en struiken kunnen ook bijdragen aan betere waterhuishouding.

Welke bomen en struiken?

Een vogelbosje is compact en dicht: centraal zet je iets hogere bomen, aan de rand zet je eerder struiken. Variatie is een sleutelwoord: probeer verschillende soorten te combineren. Bijvoorbeeld een lijsterbes, hazelaar en boswilg in het midden, terwijl sleedoorn, sporkehout en vlier aan de rand kunnen. Ook rode kornoelje en hondsroos zijn ideale heesters. Om een dichte structuur te krijgen is het belangrijk de planten niet te ver uit elkaar te planten. Een halve meter afstand is dan genoeg.

Hoe ga je te werk?

  • Voorzie een goede plek voor je vogelbosje. Hou er rekening mee dat de bomen enkele meters hoog kunnen worden. Nochtans kan je ook op enkele vierkante meters (ca. 6 m) een vogelbosje aanplanten. Je hoeft dus zeker geen grote tuin te hebben.

  • Het planten gebeurt in het najaar of de winter, wanneer het plantgoed geen bladeren heeft.

  • Plant niet te diep: maak een gat in de grond waar de wortels voldoende ruimte krijgen, maar zorg ervoor dat de stamvoet niet onder de grond zit.

  • Bedek de aarde met mulch of stro: zo droogt de grond niet uit en is het plantgoed beter beschermd.

  • Geef de aangeplante bomen en struiken voldoende water.

Foto bovenaan: kramsvogel op wilde lijsterbes - Leo Vaes